Catfulness

Het is al weer een poosje geleden, dat jullie wat van me gehoord hebben. Maar intussen wel weer wat “literatuur” tot me genomen. O.a. het boekje “Catfulness”. Ik ben niet zo van de mindfulness, maar via de goeroe kat, vind ik het wel wat. Hieronder -zoals gebruikelijk- de voor- en achterkant van het boekje. Plus zo maar twee pagina’s; nou niet helemaal zomaar, want het gaat over nieuwsgierigheid. Dat ben ik al mijn hele leven en hier wordt bevestigd dat dat goed is.

Balthus

Dit schilderij, gemaakt door Balthus in 1938 is getiteld: ‘Thérèse Dreaming’. In dit blog is de kat van belang, maar het hoort bij een artikel in de NRC van een paar dagen geleden. Ik vind het interessant.

Kunst van immorele kunstenaar hoeft niet immoreel te zijn

Van Rembrandt tot Lucebert: veel kunstenaars hebben zich immoreel gedragen, maar dat hoeft hun werk nog niet immoreel te maken, schrijft .

Thérèse rêvant, Balthus (1938)

Chuck Close, een Amerikaanse schilder, is vooral bekend om zijn enorme portretten. Hij is ook permanent gekluisterd aan zijn rolstoel. Onlangs hebben verschillende vrouwelijke modellen hem beschuldigd van seksueel misbruik. Hij zou hen onder druk hebben gezet om naakt te poseren en onbetamelijke opmerkingen hebben gemaakt. Als gevolg heeft de National Gallery in Washington een geplande tentoonstelling van zijn werk uitgesteld. En een zelfportret in een universiteit in Seattle werd fluks van de muur verwijderd.

Als we alle kunst uit musea zouden verwijderen vanwege het gedrag van de kunstenaars, zou er een flink gat worden geslagen in onze belangrijkste collecties. Rembrandt gedroeg zich erbarmelijk tegenover Hendrickje Stoffels; Picasso was een bruut tegen zijn vrouwen; Caravaggio liep achter jongetjes aan en was een moordenaar.

En de literatuur? Celine was een venijnige antisemiet; een beschonken William Burroughs schoot zijn echtgenote door het hoofd; Norman Mailer stak zijn vrouw met een mes. Jongste onthulling: uit opgedoken brieven van de dichter en schilder Lucebert blijkt dat hij een nazi-sympathisant was en dat hij zich vrijwillig voor tewerkstelling in Duitsland had gemeld.

Om maar te zwijgen van filmregisseurs. Erich von Stroheim filmde massale orgiëen voor zijn eigen plezier. Charlie Chaplin viel op jonge meisjes. En dan is er Woody Allen, die meer dan twintig jaar geleden zijn zevenjarige stiefdochter zou hebben aangerand. Dat is weliswaar nooit bewezen, maar verschillende acteurs hebben al laten weten dat ze nooit meer met hem willen werken.

A.O. Scott, filmrecensent van The New York Times schreef dat Allen ooit zijn idool was. Voor een verlegen jongeman was de Allen figuur – de intellectuele neuroot die toch eindigt met het mooiste meisje – een soort rolmodel. Maar nu we weten wat Allen misschien op zijn kerfstok heeft, moeten we zijn oeuvre met nieuwe ogen bekijken, aldus Scott. De films zijn wellicht doortrokken met iets sinisters waar we ons nu rekenschap van moeten geven.

Rassenhaat leent zich slecht voor kunst

Immoreel gedrag, met andere woorden, kan een kunstwerk negatief beïnvloeden, omdat de kunstenaar niet los kan worden gezien van zijn werk. Dit is een interessantere stelling dan dat we kunst moeten elimineren omdat het optreden van de kunstenaar ons niet aanstaat. Maar is het ook juist?

Van Oscar Wilde is de bekende opmerking dat immorele kunst niet bestaat: er kan alleen sprake zijn van een boek dat goed of slecht is geschreven. Hier is wel iets tegenin te brengen. Menselijke expressie heeft haast altijd een moreel aspect. De toneelstukken van Wilde zelf vormen hierop geen uitzondering.

Moreel verderf kan een reden zijn voor slechte kunst. Misschien dat er daarom zo weinig voorbeelden zijn van geslaagde nazikunst. Rassenhaat leent zich slecht voor kunst, anders dan bijvoorbeeld communistische idealen. Sergei Eisenstein maakte schitterende propagandafilms. Leni Riefenstahls films die Hitler vereren zijn technisch uiterst knap, maar verder niet veel waard.

Het is belangrijk om ons te concentreren op het kunstwerk zelf en niet op het gedrag van de kunstenaar.

Het is ook waar dat kunstenaars in hun werk hun gedrag dikwijls ontstijgen. Dezelfde bullebak die vrouwen kwelt, kan in zijn werk een diepe sympathie voor vrouwen tonen. Aan de andere kant is het goed mogelijk dat iemand die zich in het dagelijks leven onberispelijk gedraagt, in zijn kunst geneigd is allerlei taboes te doorbreken. Daarom is het belangrijk om ons te concentreren op het kunstwerk zelf en niet op het gedrag van de kunstenaar.

Bewust uitdagend

Verleden jaar tekenden duizenden mensen een petitie aan het Metropolitan Museum in New York om een beroemd schilderij van Balthus van de muur te halen, van een sluimerend meisje op een stoel, met een opgetrokken been, waardoor haar slipje in zicht komt. Dit te zien als een vorm van kinderporno lijkt mij een misvatting. Balthus was geroerd door de dromerige sfeer van meisjes die op het punt staan volwassen te worden. Zelfs al voelde hij zich persoonlijk aangetrokken tot jonge meisjes, er is niets in dit beeld dat wijst op onzedelijkheid, of misbruik.

Hetzelfde geldt voor Woody Allen. Dat hij valt op heel jonge vrouwen is geen geheim. Zijn huidige echtgenote was nog geen twintig toen zij een verhouding begonnen. In een van zijn meest geliefde films, Manhattan, treedt Allen op als oudere minnaar van een meisje van zeventien, vertolkt door Mariel Hemingway.

Deze verbintenissen zijn misschien ongebruikelijk en voor sommigen zelfs afstotelijk. Maar kindermisbruik is iets anders. Niets in de films van Allen wijst op een verlangen om kinderen aan te randen.

Alweer, dit wil niet zeggen dat moraal geen rol speelt in kunst. Het is moeilijk voor te stellen dat men veel liefde kan opbrengen voor kunst die kindermishandeling, rassenhaat, of marteling (hoewel dit minder mensen in beroering lijkt te brengen dan seks) verheerlijkt. Maar we moeten ons hoeden om fatsoensnormen uit het dagelijks leven toe te passen op artistieke expressie. Kunst is vaak bewust uitdagend. Grenzen worden in de verbeelding overschreden die de kunstenaar normaal in acht zou nemen.

En zo moet het ook. Als we ons in kunst zouden beperken tot wat doorgaat voor burgerlijk fatsoen, dan eindigen we snel met de soort moralistische kitsch die autoritaire leiders graag verbreiden en die zichzelf dingen permitteren die de verbeelding van veel kunstenaars te boven gaan.

Photocat

Een nieuw fotoboek, prachtig. Geredigeerd door Sacha de Boer; vroeger nieuwslezeres, maar tegenwoordig gerenommeerd fotografe. De foto’s zijn zwart-wit met zo nu en dan een kleurenopname. De voorkant is de kat van Sacha “Julius, tunes out”. Ik heb ook een foto gekozen, getiteld “the leap” waarop je een kat ziet springen. Van Gio heb ik een zelfde foto, kijk maar. Mooi cadeau voor liefhebbers van katten en fotografie.

Veronique Puts

In het laatste nummer van “Majesteit” -het kattenblad waarop ik geabonneerd ben- staat een artikel over de Belgische Veronique Puts, die nu ook Nederland verovert. Ze schrijft over haar twee Devon Rex katten Pernod en Cootje. Ik heb haar laatste boek gekocht: “Kat is koning”. Heel leuk geschreven met mooie illustraties. Aan te bevelen voor kattenliefhebbers. Hieronder een foto van Pernod en Cootje. Plus de voor- en achterkant van het boek en twee beginpagina’s.

Kattensoep

Het was kinderboekenweek. Ik heb een prentenboek gekocht -daarover later- en dus kreeg ik het kinderboekenweekgeschenk: Kattensoep. Een leuk boekje. Over een jongen en een meisje, die in dezelfde buurt wonen. Opeens verdwijnen de daar wonende katten een voor een. Die twee gaan op onderzoek uit en …. natuurlijk komt het goed.

Poezenkrant

Er is weer een nieuw nummer uit van de Poezenkrant. In de NRC stond een leuke recensie. Verder foto’s van de voor- en achterkant plus een naaktstudie. Het is elke keer weer een verrassing.

De nationale gestoorde kattenkalender


Deze kalender heb ik  natuurlijk al vanaf begin dit jaar. Ik vind hem zo grappig, dat ik er hier wat van wil laten zien. Bij elke maand hoort een lied, dat ook op de bijgevoegde cd te beluisteren is. Hieronder de plaat van augustus met het daarbij behorende lied.

Dit is de Ouwetrouwekater Moos. Het lied is als volgt:

Van Woudrichem naar Gorinchem, Naar Austerlitz en terug naar Utrecht, En van daar weer naar Den Dolder, Overal de buurt regeren, Slapen op mijn nieuwe kleren, In mijn schone bed of op de zolder, Ratten in de nek gebeten, Cavia gemolesteerd, Hamster half opgegeten, Kattenmaagje omgekeerd, In mijn allermooiste schoenen, Die ik net had afbetaald, In ontluikende seizoenen, Vogelnestjes leeggehaald, Pekineesje blind geslagen, Teckeltje gehandicapt, Herders door de lanen jagen, Lassie uit de tuin gemept, Zeven huizen zeven liefdes, Zeven sloten meegegaan, Zeven levens met me meegezworven, Op een dag zoals dat gaat, Gewoon de ogen dichtgedaan, Mijn ouwe trouwe kater is gestorven.

 

 

Poezenkrant

Ik heb al eerder over de Poezenkrant geschreven. Het blad verschijnt zeer onregelmatig, nu dan no. 61 najaar 2016/winter 2017. Het is altijd weer een feest om de meest vreemde weetjes over katten te lezen. Er stond ook een stukje in de krant. Leuk om cadeau te geven aan een kattenliefhebber.

Twee boeken

Twee katten en wat honden door S. Carmiggelt

Een leuk boekje. De taal doet wat verouderd aan, maar daardoor hoor ik ook Carmiggelt’s stem – toen hij voor de TV ‘Kronkels’ deed. Het eerste deel gaat over zijn twee katten; het tweede deel zijn meer losse stukjes.

Het andere boekje vind ik hilarisch. Het heet How To Be A Cat door Lisa Swerling & Ralph Lazar.

Het zijn tekeningen met bijschriften. Voor een kattenbezitter zoveel herkenbaars. Bijzonder leuk.

Kom niet aan de kat

Op 4 oktober, Dierendag, publiceerde de NRC in Het Grote Verhaal een artikel van Lucas Brouwer. Ik weet niet precies wat ik ervan moet denken. De geciteerde Pete Marra heeft op bepaalde punten best wel gelijk. Maar er zijn ook punten, waarbij ik een vraagteken zet. Bijvoorbeeld de huismussen; hier in Nederland, weet ik, dat de afname vooral te wijten is aan het feit, dat er bijna geen daken meer zijn waar de mussen een nest kunnen maken. En ik heb, dacht ik, ook eens gelezen, dat er meer vogels op de trek omkomen dan door katten.Maar ja, zoveel hoofden, zoveel zinnen.

Onder het artikel nog wat foto’s van mijn “jagers”. Ze hebben ook wel eens een vogeltje gevangen, maar meestal zijn het veldmuisjes, die met huid en haar opgegeten worden, hetzij door Gio of Guusje, hetzij de eksters! Met kikkers en padden weten ze helemaal geen raad.

Jouw poes is een moordenaar

Als je zegt dat katten moeten worden afgemaakt om de natuur te redden, heb je de hele katminnende gemeenschap op je dak. Pete Marra neemt het desondanks op voor de vogel. ‘Katten zijn roofdieren met subsidie’

Huiskatten moeten huisarrest krijgen en verplicht worden gechipt, geregistreerd en gesteriliseerd. Zwerfkatten moeten worden gevangen en ter adoptie aangeboden. En als het echt niet anders kan? Dan laten we ze inslapen. Nee, dit zijn geen makkelijke beslissingen, zegt ecoloog Pete Marra. Maar als we de natuur willen redden, is er geen keus. We moeten onze katten niet langer zien als een halfwild roofdier dat wij soms mogen vertroetelen. Het is een huisdier waar wij verantwoordelijk voor zijn. En, zegt Marra: dat is ook in het belang van katten zelf! Te vaak worden katten en nestjes met kittens lichtzinnig in het bos gedumpt omdat mensen ervan uitgaan dat ze het op eigen houtje ook wel zullen redden. Dat doen ze maar zelden.

In het kort is dit het betoog van ecoloog Pete Marra dat hij uiteenzet in zijn boek Cat Wars, dat vorige maand verscheen. Katten doden dieren. Dat weet iedere katteneigenaar die wel eens een dode merel in de keuken heeft gevonden. Het gaat Marra vooral om de schaal waarop katten vogels en knaagdieren doodbijten. Drie jaar geleden maakte hij een rekenmodel. Daaruit rolde de bevinding dat katten in de VS jaarlijks 1,3 tot 4 miljard vogels en tussen de 6,3 en 22,3 miljard zoogdieren in hun klauwen krijgen. Zwerfkatten nemen 70 procent van die sterfte voor hun rekening, huiskatten de rest. De marges zijn zo breed vanwege de onzekerheden in de berekening, zoals het precieze aantal zwerfkatten en het aantal huiskatten dat buiten jaagt. „Vijftig procent van de soorten op aarde gaat achteruit”, zegt Marra via Skype, vanuit zijn woning in Maryland. „De kat is deel van dat probleem. We hebben een uitheems roofdier losgelaten op de natuur. En net als bij andere invasieve soorten zoals de reuzenpad, zouden we populaties katten moeten beheren en in het uiterste geval uit het landschap verwijderen. Maar we doen er niets aan.”

Het grootste obstakel? „Zodra je het woord wildbeheer laat vallen gaan kattenliefhebbers door het lint. ”Marra ontvangt inmiddels doodsbedreigingen. Kattenliefhebbers hitsen elkaar online op om slechte recensies achter te laten op Amazon. In een boekbespreking van de Huffington Post werd zelfs gesuggereerd dat Marra in zijn boek oproept om katten dood te knuppelen en af te schieten. „Ik word afgeschilderd als een Josef Mengele die het massaal uitroeien van katten progageert. Ja, dat is pijnlijk. Ik wens dit niemand toe.”

Trekvogelcentrum

Marra is ecoloog en directeur van een centrum voor trekvogels, het Smithsonian Migratory Bird Center. Omdat hij wel weet dat het onderwerp gevoelig ligt, benadrukt Marra dat hij het boek schreef in zijn vrije tijd, op eigen titel, samen met journalist Chris Santella.

Als ecoloog onderzoekt Marra al jaren wat er met trekvogels gebeurt als hun leef- en broedgebieden krimpen en het klimaat verandert. Katten kwamen pas later in zijn carrière in beeld. „Een paar jaar geleden, toen het Westnijlvirus een paar jaar toesloeg in de VS en er overal dode vogels lagen, raakte ik geïnteresseerd in directe oorzaken van vogelsterfte.” Marra begon samen met zijn collega’s Scott Loss en Tom Will een project om in kaart te brengen welk deel van vogelsterfte door menselijk handelen werd veroorzaakt. Het trio stelde rekenmodellen op voor vogels die door windmolens worden verhakseld, tegen hoge gebouwen vliegen, onder auto’s komen en door elektriciteitskabels worden geëlektrocuteerd. En voor vogels die eindigen tussen de kaken van een kat.

Wat bleek: de kat overschaduwt elke andere oorzaak van vogelsterfte. Katten doden meer vogels dan gebouwen, auto’s en windmolens bij elkaar. Marra: „Dat was het moment waarop ik dacht: hier klopt iets niet. Niemand heeft het over de kat. Dit moet naar buiten.”

Het probleem is dat de buitenwereld Marra’s verhaal niet wil horen. Marra heeft alle excuses al gehoord. ‘Míjn kat doet zoiets niet.’ ‘Ze vangen toch de zwakste vogeltjes.’ ‘Een kat moet jagen, dat is de natuur.’

Misplaatst medeleven

Aan huiskatten is niets natuurlijks, vindt Marra. „Katten behoren net zomin tot de natuur als koeien, geiten of golden retrievers. Ze zijn niet geëvolueerd, de mens heeft ze gefokt en over de wereld verspreid.”

Dat de kat meer recht heeft om te jagen dan een vogel om te leven ziet Marra als misplaatst medeleven met de jagende kat. „We moeten om complete ecoystemen geven, niet om individuele dieren. Hoe kun je het oké vinden dat katten inheemse soorten uitroeien?

„We zijn onthecht geraakt van de natuur. Door een roofdier in huis te halen voelen we ons verbonden met de natuur, zonder dat we nog naar buiten gaan.”

Thuis krijgt de huiskat zijn bordje tonijn of kalkoen, maar buiten slaat het dier alsnog aan het moorden.

En hoe zit het dan met het verweer dat katten alleen de zwakste vogels vangen? Ook dat is onwaarschijnlijk. „Het probleem”, zegt Marra, „is dat katten roofdieren met subsidie zijn.” Thuis krijgt de huiskat zijn bordje tonijn of kalkoen, maar buiten slaat het dier alsnog aan het moorden. Dat is bloedsport: de kat is niet afhankelijk van de prooien die hij vangt, zoals wilde roofdieren.

Katten hopen zich op in concentraties ver boven het natuurlijke kattenquotum. In een Californische studie telden onderzoekers 170 vogeljagende katten per vierkante kilometer. In het wild zouden op dezelfde oppervlakte maar vijf à tien kleine roofdieren kunnen leven.”

Prooien lijden zwaar onder dat kattenoverschot. Marra beschrijft in zijn boek een Britse studie waarbij dertig tot vijftig procent van de sterfte onder huismussen toegeschreven wordt aan katten. In Groot-Britannië gaat de huismus al jaren hard achteruit, net als in Nederland. Het is onduidelijk waarom precies, maar Marra denkt: het is de kat.

Op geïsoleerde eilanden is de impact van katten op vogels en zoogdieren directer en desastreuzer. Doordat ze in de afwezigheid van roofdieren evolueerden, missen veel eilanddieren cruciale instincten en aanpassingen tegen de moordlust van de kat. Katten waren direct betrokken bij het uitsterven van 33 eilandvogels, -zoogdieren en -reptielen, concludeerden biologen al in 2011.

„Over data valt niet te twisten”, zegt Marra. Maar dat is precies wat katteneigenaars doen. Zijn titel Cat Wars is een verwijzing naar die strijd tussen katteneigenaars aan de ene kant en wetenschappers aan de andere kant. Marra vergelijkt de felheid van kattenliefhebbers met die van ontkenners van klimaatverandering en vaccinatiesceptici.

Diervriendelijke maatregelen

Die vijandigheid naar de wetenschap leidt ertoe dat mensen voor ‘diervriendelijke’ maatregelen kiezen om kattenoverlast aan te pakken, zonder dat bewezen is dat die werken. Marra noemt TNR als voorbeeld, wat staat voor Trap, Neuter en Return. Bij TNR worden zwerfkatten gevangen, gesteriliseerd of gecastreerd en teruggeplaatst, zodat een kolonie vanzelf uitsterft. TNR wordt ook in Nederland toegepast. In 2013 nam de Tweede Kamer een motie van de Partij voor de Dieren aan die kattenjacht verbiedt. De Partij voor de Dieren wijst keer op keer naar TNR als diervriendelijk alternatief.

Maar het wetenschappelijke bewijs dat TNR werkt is dun. „In de meest optimistische analyses werkt TNR alleen als 75 tot 90 procent van de zwerfkatten van een kolonie wordt gesteriliseerd”, zegt Marra. „Dat niveau wordt in de praktijk bij lange na niet gehaald.” Los daarvan vindt Marra de premisse van TNR fout: „Je laat katten weer achter in het wild, waar ze overreden worden, toegetakeld worden door honden en ziektes oplopen. Is dat nou diervriendelijk?”

Marra’s voorstel is daarom: vang zwerfkatten. Plaats ze in een asiel. „Maar als dat nou niet lukt? En er dreigen wilde soorten uit te sterven? Zoals de Schotse wilde boskat, die ten onder gaat aan ziektes die zwerfkatten overbrengen? Of de unieke en beschermde eilandvogels van Hawaï, die een eiland delen met tienduizenden katten?”

Marra antwoordt zelf: „De keus tussen een Schotse wilde kat of een Hawaiiaanse kraai die van nature in die gebieden voorkomen en een zwerfkat die van buiten is ingevoerd, ís geen keuze. Afmaken móet een optie zijn, op een diervriendelijke manier. We zullen natuur en milieu moeten beheren om ze te redden. De nuchtere Nederlanders zouden dat moeten snappen.”

Marra heeft zich inmiddels echt vastgebeten in de kattenkwestie. „Ik weet niet waarom. Koppigheid? Stompzinnigheid? Mijn grote voorbeeld is Rachel Carson, die zag hoe het insecticide DDT de natuur aantastte en dacht: genoeg is genoeg. Haar boek leidde tot een wereldwijd verbod op het gebruik van DDT als landbouwgif. Ik wil de wereld een klein beetje beter achterlaten dan ik hem aantrof. Ik wil niet dat we onze armen in de lucht te gooien en zeggen: hier is niets meer aan te doen. Soorten verdwijnen en sterven uit. En nee, dat is niet alleen de schuld van katten, maar katten zijn deel van het probleem. En in tegenstelling tot klimaatverandering of habitatverlies, is de kat een probleem waar we direct iets aan kunnen doen.”

 

KATTEN ZIJN HEILIG

In Nederland leven 3 tot 4 miljoen huiskatten. Hoeveel zwerfkatten er zijn weet niemand, maar in een rapport van de Wageningen Universiteit (in opdracht van de Stray Animal Foundation) werd hun aantal vorig jaar geschat op 135.000 tot 1,2 miljoen.         Onderzoek naar de aantasting van Nederlandse natuur door katten is moeilijk te vinden. De site waarneming.nl organiseert sinds een paar jaOnderzoek naar de aantasting van Nederlandse natuur ar ‘Wat vangt de kat’, een telling waarbij gebruikers foto’s van binnengebrachte prooien kunnen uploaden. Daar zitten soms zeldzame vogels tussen. Twee weken geleden bracht een kat nog een bedreigde woudaap thuis naar Naaldwijk.Nederlandse natuurbeschermers zijn terughoudend om katten als bedreiging aan te wijzen. „We zeggen wel: houd katten in broedtijd binnen en doe ze een belletje om”, laat een woordvoerder van de Nederlandse Vogelbescherming weten. „Maar we gaan geen anti-kattencampagnes voeren. Dan schieten mensen in de anti-stand. De kat is heilig.”

IMG_0312.JPG IMG_1351.JPG IMG_1450.JPG IMG_1468.JPG IMG_1804.JPG IMG_1872.JPG